De erelonen van een advocaat

Advocaten begroten hun ereloon in principe vrij, zonder dat de cliënt aan willekeur mag worden overgeleverd.

De wijze van begroting van het ereloon en in rekening brengen van de kosten, wordt hierna verder toegelicht.

Wanneer er betwisting ontstaat tussen de advocaat en de cliënt over het in rekening gebrachte ereloon of de aangerekende kosten, kan dit conflict met tussenkomst van de Orde van advocaten worden beslecht.  Ook hierover vindt u de nodige toelichting.

Het gerechtelijk wetboek (art. 446 ter) bepaalt dat de advocaat het ereloon begroot met de bescheidenheid die van zijn functie moet worden verwacht.  Dit ereloon moet met een billijke gematigdheid worden vastgesteld.

De wettelijke criteria die daarbij worden aangereikt zijn onder meer de belangrijkheid van de zaak en de aard van het werk.

Ondanks de noodzaak aan transparantie bij de cliënten om te weten op welke wijze het ereloon wordt begroot, kan de Orde van advocaten niet overgaan tot tarifering of tot het opleggen van vaste criteria.  In het verleden werden daartoe initiatieven genomen door de onderscheiden balies en door de Nationale Orde van advocaten.  Evenwel, gelet op het Europees mededingingsrecht worden deze tarieven of criteria geïnterpreteerd als prijsafspraken, wat verboden is en concurrentiebeperkend zou werken.  Dit is vaste Europese rechtspraak.

Naast de wettelijke criteria van de belangrijkheid van de zaak en de aard van het werk, heeft de rechtspraak ook andere criteria toegevoegd, zoals het bereikte resultaat, de onderlegdheid van de advocaat, de urgentie of de vermogenstoestand van de cliënt.  Ook andere criteria kunnen bepalend zijn.

De eenzijdige partijbeslissing moet door de advocaat wel met de vereiste discretie worden uitgeoefend, nadat hij vrij de methode of methoden heeft gekozen volgens welke hij zijn erelonen vaststelt.  De rechtbank en de raad van de Orde behouden daarover een marginaal toetsingsrecht, met name om na te gaan of de methode die gekozen werd, niet strijdig is met de goede trouw.  Dit betekent dat de rechtbank ook kan nagaan of de begroting van het ereloon door de advocaat niet kennelijk onredelijk is geweest.

Om betwistingen te voorkomen, is het meer dan aangewezen en in het geval van consumenten zelfs verplicht, om vooraf duidelijke afspraken te maken.

Artikel XIV.3 Wetboek Economisch Recht bepaalt dat de beoefenaar van een vrij beroep ten aanzien van een consument op een duidelijke en begrijpelijke  wijze informatie moet verstrekken, indien die informatie al niet duidelijk is uit de context, zo onder meer (art. 14.3.3° W.E.R.) inzake de prijs van het product, de dienst of de manier waarop de prijs moet worden berekend. Concreet betekent dit dat de advocaat ten aanzien van de consument (dus niet ten aanzien van de onderneming of de handelaar) verplicht is om voorafgaand aan zijn optreden op een begrijpelijke wijze informatie te verstrekken over de begroting van zijn ereloon.

Ten aanzien van de onderneming of handelaar geldt dezelfde verplichting, doch enkel wanneer de cliënt hierom vraagt.

Om moeilijkheden van bewijs te voorkomen , is het aangewezen dat de advocaat deze afspraak steeds vooraf maakt en schriftelijk aan de cliënt bevestigd. Een andere wijze van informatieverstrekking die sluitend is, is het aangaan van een overeenkomst voorafgaand aan het optreden van de advocaat.

Voor de begroting van het ereloon, kunnen verschillende methoden worden aangewend.  Daarbij kan worden gedacht aan de aanrekening per aanrekenbare tijdseenheid, de aanrekening van een percentage op de som die in betwisting is, dan wel een percentage op het bereikte resultaat.

Er kan ook worden overeengekomen om een forfaitair bedrag per dossier of per periode (maand of andere) in rekening te brengen, wat in onbruik was geraakt, doch thans opnieuw opgang vindt.

Naast de erelonen worden de door de advocaat ook de kosten in rekening gebracht.

Vooreerst zijn er de gerechtskosten, die vaak rechtstreeks door de bevoegde instantie aan de cliënt in rekening worden gebracht (zoals de facturen van een gerechtsdeurwaarder of vertaalbureau).

Daarnaast zijn er de kantoorkosten van de advocaat, te onderscheiden in enerzijds de  rechtstreeks aanduidbare kosten (zoals een kilometervergoeding) en anderzijds de algemene kosten (huur kantoor, secretariaat, nutsvoorzieningen, informatica e.a.)

Deze algemene kantoorkosten kunnen in rekening worden gebracht als een forfaitair percentage van het ereloon, of worden afgerekend per kantooreenheid. De kantooreenheid omvat al deze algemene kosten en wordt bijvoorbeeld afgerekend aan 11€ per getypte pagina.

De Orde van advocaten organiseert een procedure van verzoening die niet verplicht is, maar waarop vrijwillig een beroep kan worden gedaan door de advocaat of de cliënt en enkel wanneer beiden het er over eens zijn.

Het verzoek tot verzoening wordt gericht aan de stafhouder van de Orde.

De verzoeners, die voor deze procedure van verzoening een bijzondere opleiding hebben genoten, worden door de stafhouder aangeduid.

Wie een beroep wil doen op deze procedure van verzoening, betaalt vooraf een kostenbijdrage van 50 euro.

Wanneer tussen de partijen een verzoening wordt bereikt, wordt hiervan een proces-verbaal opgesteld, dat door beide partijen wordt ondertekend.  Bij afwezigheid aan  akkoord wordt een proces-verbaal van niet-verzoening opgesteld.  Elke partij kan op eenvoudige aanvraag meteen een afschrift verkrijgen.

Naast de procedure van verzoening, heeft de raad van de Orde overeenkomstig de wet en in het algemeen belang een bijzondere bevoegdheid om een ereloonstaat te verminderen indien deze niet met een billijke gematigdheid werd vastgesteld. Bovendien kan de raad van de Orde op wettelijke basis de teruggave bevelen van wat teveel werd betaald, onafgezien de mogelijkheid van een rechterlijke controle a posteriori.

De procedure van taxatie door de raad van de Orde is dan ook geen beletsel voor de rechtsgang voor een gewone rechtbank of voor een scheidsgerecht, waartoe de cliënt en de advocaat steeds gerechtigd zijn.

Wanneer de raad van de Orde wordt verzocht om een taxatieverslag op te stellen, zal de raad hiervoor eerst een of meerdere verslaggevers aanstellen, die de partijen horen en op basis hiervan een advies voorleggen aan de raad van de Orde.

Wordt de betwisting ingeleid voor een rechtbank, dan zal de rechtbank vaak een tussenvonnis uitspreken, waarbij een advocaat wordt aangesteld als gerechtsdeskundige.  Deze deskundige in de taxatie van erelonen zal overeenkomstig de bepalingen van het deskundigenonderzoek, zoals nader bepaald in het Gerechtelijk Wetboek (art. 962 e.v.) op een tegensprekelijke wijze en met eerbiediging van de rechten van zowel de advocaat als de partij, een advies uitbrengen voor de rechtbank.  Na neerlegging van het deskundig advies, zal de rechtbank tenslotte verder uitspraak doen.